Mentorschap
Vorige week is een ervaring van bijna 11 jaar gestopt. Het mentorschap.
Dit alles was voor een persoon (mentee) die in een instelling woont. Etiketje: ‘LVB met psychische problematiek’.
Toen ik hieraan begon, had ik geen relatie met hem. Ik was geen familielid, vriendin, buur of zelfs niet een kennis van een kennis……. We kenden elkaar helemaal niet. Helaas was er geen familie meer in beeld, geen contact, geen (ver)binding. Mentee en ik werden na een oproep van de instelling aan elkaar voorgesteld. Het klikte. De instelling vroeg mentorschap aan en ik werd in gezamenlijk besluit, door de kantonrechter beëdigd als particulier mentor.
Ik vernam dat relaties en vertrouwen in mensen geen zaken waren die mentee had aangeleerd.
Veel bezoekjes en gesprekken waren er voor nodig om ‘dichterbij’ te komen en te worden toegelaten.
Mijn mentee en bewoners hadden ook geen echte aansluiting. Als ik op bezoek kwam, werd ik buiten al opgewacht. Ik voelde de eenzaamheid.
Lief en leed delen
In de jaren die volgden leerden we elkaar steeds beter kennen. Ik ging mee naar gesprekken, was bij elk ontwikkelgesprek, was een luisterend oor en spreekbuis. Zelfs de wens te verhuizen naar een woongroep met meer zelfstandigheid en vrijheden werd realiteit. Mentee moest alles achterlaten, hij ging verder, en ik ‘verhuisde’ mee. De begeleiding was geweldig. We bespraken alles en samen konden we mentee goed ondersteunen en in vrijheid en veilige omgeving zaken laten uitproberen.
Na een aantal jaren was er een band opgebouwd. Mentee maakte gaandeweg ook kennis met ons gezin. En ook dat klikte. Het veilige gevoel van vriendschap, vertrouwen en een klein beetje familie werd sterker. Ook van mentee’s verjaardag werd een dagje uit gemaakt. En toen iemand uit de woongroep aan mijn mentee vroeg wat nou eigenlijk een mentor is, was het antwoord: “Eigenlijk is ze een soort moeder”.
Zelfstandigheid en losmaken
Na een aantal jaar en een verbroken relatie met een medebewoner, kwam de volgende stap in de persoonlijke ontwikkeling. Mentee wilde ambulant gaan wonen. De mogelijkheden werden onderzocht en dus gebeurde het.
In het begin was het te veel, te overweldigend. Alles moest kunnen, alles moest uitgeprobeerd. Het leek wel pubergedrag. Mentee had meerdere vrienden gekregen en ook een nieuwe relatie diende zich aan. Steeds meer raakten we van elkaar verwijderd. Steeds meer maakte mentee zich los. Er speelden andere invloeden, door andere mensen. Ook de begeleiding was teruggebracht tot een minimum. Mentee werd geacht dit zelf te kunnen. Maar was dat ook zo?
Regelmatig liep hij tegen zijn eigen grenzen aan. Maar ook waren we het steeds vaker niet eens.
In slechte periodes (en die bleven), konden we elkaar niet echt meer vinden. Dat belemmerde een goede samenwerking. Stop daar een mindere verbinding tussen begeleiding en mij bij en je hebt een vrijbrief voor verdere verwijdering.
En toen kwam op een goede dag het hoge woord eruit. Mentee wilde geen mentor meer. Ik begreep het aan de ene kant wel. Er moest ruimte komen om op eigen benen te (kunnen) gaan staan. Om eigen lessen te leren. Of het een wijs besluit is, zal de tijd ons leren.
Loslaten
Ik voelde spanning en weerstand. Het mentorschap kostte mij steeds meer energie in plaats van dat het me dat gaf. Door de jaren heen was ik me ook gaan hechten. Ik was niet meer alleen mentor…….
Dat mentee zich probeerde los te maken, kon ik als mentor goed begrijpen. Als mens lag dit iets ingewikkelder.
Ik was dit aangegaan omdat ik vind dat niemand alleen moet zijn. Dat iedereen iemand nodig heeft.
Ontslag
Vorige week moesten we, een jaar na indiening/verzoek naar de kantonrechter. Mochten we beide vertellen waarom het mentorschap opgeheven kan worden. De kantonrechter heeft me officieel uit mijn functie ontheven, de verantwoordelijkheid opgeheven, de overeenkomst ontbonden. Wat een heel dubbel gevoel geeft. Ik had er last van en voel(de) me erg verdrietig. Ik houd mezelf voor dat ik geen professioneel mentor ben, dat dit gevoel er mag zijn. Dus mag ik er minder zakelijk en meer menselijk instaan. En tegelijkertijd besef ik dat het dan waarschijnlijk niet anders zou zijn of voelen.
Maar dat mentee zo ver zou doorgroeien dat hij geen mentor meer nodig zou (denken te) hebben, dat had ik niet voorzien, verwacht of bedacht. Ik vroeg me (heel even) af of ik ergens gefaald had.
Maar als ik terugkijk zie ik wat ik hem heb gegeven. Stabiliteit, veiligheid, warmte en duidelijkheid.
En mede daardoor heeft mentee zich kunnen ontwikkelen. En durft keuzes te maken en grenzen te stellen.
Een stap verder te zetten. Na 11 jaar stopt de verbinding. De deur staat nog open, maar zal waarschijnlijk niet echt meer gedijen in een andere setting.
Ik heb geen spijt, het was een mooie reis.
En de komende week ben ik vrij. Dan ga ik dit alles nog eens overdenken en doorvoelen zonder schuldgevoel en met enige trots. Het enige waarvan ik vind dat ik mij schuldig aan heb gemaakt is, dat ik me als mens aan hem ben gaan hechten. Wat hebben we samen veel meegemaakt, en wat zal ik hem missen.